· 

Op expeditie: Île de Ré

We rijden voor de derde keer deze rit de file in, nu in Parijs, als Anouk door de boxen schalmt: “Ik heb een masker op gezet, zo ga ik door het leven”. Vanaf de achterbank vraagt mijn dochter of ik snapt wat ze zingt; “Heb jij ook een masker?”. Ik leg haar uit dat ik er vele heb, maar ze snapt er niets van en vraagt hoe deze eruit zien. Ik vertel haar dat je als klein kind nog geen maskers hebt en naarmate je volwassen wordt ondoorzichtige maskers gaat dragen om je kwetsbaarheid, schaamte en angst te maskeren. "Schaam jij je weleens ergens voor?", vraag ik haar. "Ja, voor jou" en ze lacht er nog wel bij als ze dit roept. Dit belooft (h)eerlijke vakantie op het Franse eiland Ile de Ré te worden...

Het is alweer een jaar geleden dat ik naar hetzelfde eiland reed. Ik mocht meedoen aan de wedstrijd #Pimpjetent van De Telegraaf, samen met nog twee andere koppels. We verbleven op Flower Camping Le Bel Air in het dorpje La Flotte, op loopafstand van de zee. De week stond in het teken van klussen, verven, pimpen, eten en...winnen! De prijs? Drie keer gratis een week kamperen op een Flower Camping in Frankrijk en nu een jaar later ga ik met mijn gezin terug naar die lodge, waar ik de wedstrijd mee gewonnen heb. Ik was erg nieuwsgierig wat er nog over was van de styling. En helaas was het niet mee de lodge, zoals we hem hadden achtergelaten. De schommel, het wasrekje van een fietswiel en de Hoe Vedder vlaggen waren van de veranda gehaald. De schommel bleek geen goed idee voor kinderen die met hun voeten tegen de glazen pui aan trappen... Binnen waren de leuke witte Franse vitrage gordijnen vervangen voor een goedkoop verduisterend gordijn, omdat er een gast boos naar de receptie was gestapt. Ze konden hem 's avonds zien zitten voor de TV. Jammer...De kussens, fietswielen, het fietsstuur en zadel plus de vintage kleedjes waren er gelukkig nog wel te vinden. Ik voelde me er gelijk weer thuis. Wat leuk om terug te zijn! En nu met alle rust om te kunnen genieten van de ongerepte natuur , de schilderachtige straatjes en de zee. 

In elk dorpje kom je ezels tegen met een broek aan. Knuffels, bekers, blikjes, sleutelhangers...Ik was eigenlijk in de veronderstelling dat dit een soort marketingmiddel was om allerlei souvenirs aan de man te brengen, want ik had vorig jaar geen echte ezel op het hele eiland gezien. Maar dit keer wel! Maar zonder broek...Op Île de Ré speelden de ezels vroeger een grote rol bij de zoutwinning. Op het eiland zijn nog zoutbekkens te vinden. Dit zijn bassins waarin zeewater wordt opgevangen en verdampt om zout te winnen. De ezels werden hier vroeger voor ingezet en doordat zij de hele dag in het zoute water liepen, werden de beesten vreselijk gestoken door muggen. Vandaar de broek, ter bescherming. Nu zijn de echte ezels alleen nog op feestdagen te zien in hun broek of in één van de vele souvenirwinkels. 

De Phare des Baleines, oftewel de oude vuurtoren van de walvissen, ligt aan de westelijke punt van het Ile de Ré, in de gemeente Saint Clément des Baleines. De vuurtoren dankt zijn naam aan het feit dat op deze plek op Île de Ré in het verleden relatief veel walvissen zijn aangespoeld. Al lopend over de enorme hoeveelheid stenen, waarmee torens gebouwd worden door toeristen, ontdekten wij dat er inderdaad erg veel vissoorten en schaaldieren voor pampers liggen. Wat mij opviel waren de prachtige kleuren van deze vissen. De foto met de blauwe vis werd daarom door mij gebombardeerd als kunstwerk en zei dat deze zo als uitvergroting aan de muur kan. Kennelijk was dit één van die schaammomenten van mijn dochters: "Neeeeee, dat doe je toch niet hè mam?!" met als toegift een kokhals beweging. Als we even laten de mooie wenteltrappen in de vuurtoren beklimmen kan ik me niet bedwingen om dit ook te fotograferen en weer hoor ik mijn naam: "maham, loop nou even door, je hoeft toch niet alles vast te leggen?'". Grappig zo'n opmerking (of misschien is grappig een understatement...), want die telefoon kunnen ze net zo goed implementeren in de huid van de jeugd. Ze lopen de hele dag met dat ding in hun hand en plaatsen constant snaps; goodmorning, good-nog-net-morning, goodafternoon, good-einde-van-de-middag, goodnight. En deze snaps zijn geen kwalitatieve hoogstandjes, maar een random foto uit de losse hand in een ruimte waarin ze verblijven. Als er foto's op Instagram gepost moeten worden, dan is er wel wat meer nodig en dan gaat het er vooral om hoe goed (lees perfect) jezelf in beeld bent. Maar hier op het uiterste puntje van het eiland is geen wifi en dan is een fotograferende moeder als een puber met wifi: in zichzelf gekeerd.


Het eiland is het beste te verkennen op de fiets. Zo ontdek je de idyllische smalle straten met witte huisjes, pastelkleurige luiken, kleine winkeltjes en gezellige restaurants. De winkels en bedrijven zijn gesloten zijn tussen 12 en 15 uur. De restaurants zijn dan uiteraard wel open, die sluiten juist om 15 uur om tegen 19 uur weer open te gaan voor het diner. Mijn absolute aanrader is La Cible in Saint Martin en Ré. Deze strandtent met palmbomen, vintage kleden en 'beach'-interieur zit pal aan het strand, waardoor je je als een god in Frankrijk waant. Toen de lunchkaart in de vorm van een krijtbord naast ons werd gezet kon ik er weinig van maken, maar ik zag Richard zijn gezicht steeds bleker worden. Toen een charmante hipster onze bestelling op kwam nemen heb ik maar wat gerechten van de kaart genoemd, want de rest van de familie is altijd angstvallig stil als er een Fransman begint te praten. Toen hij weg liep vroeg Richard mij of ik wel wist wat dit grapje ging kosten. "Die champagne op de kaart kost €750 euro!", fluisterde hij iets van geïrriteerd. Het was inmiddels tot me doorgedrongen dat we op een duur adres waren beland, maar nu we er toch waren, konden we er maar beter van genieten! Een snelle rekensom had me verteld dat deze lunch ons zo'n €100,- ging kosten, dus toen de wijn voor mijn neus stond, heb ik daar een moment van dankbaarheid van gemaakt:-). 

 

De avond ervoor hadden we ook al buiten de deur gegeten. In La Flotte deden we de pizzeria aan, omdat deze meer in ons budget paste. Ondanks het kleurrijke interieur en fotobehang met kekke auto waren we snel uitgegeten. De glazen die we voor ons hadden staan waren nog gemerkt met de lippenstift van eerdere gasten en de chocolademousse, die waarschijnlijk een week in de koeling had gestaan, werd met een vers ijskoekje geserveerd alsof het een culinair hoogstandje was. Na een bezoek aan de toilet was het helemaal gedaan met onze eetlust en stonden binnen een uur en een rekening van nog lang geen €100,- weer buiten. 

Na onze lunch in La Cible fietsen we door één van de twee oude poorten, die toegang geven tot het dorp, de haven van Saint Martin binnen. Saint Martin de Ré is de hoofdstad van het eiland en ademt de sfeer van lang vervlogen tijden uit. Het dorpje ontstond in de middeleeuwen. Om de Franse kust te verdedigen en in het bijzonder de stad La Rochelle op het vaste land, bouwt de heer Vauban een vestiging. Met dit bijzondere verdedigingswerk staat het zelfs op de Werelderfgoedlijst. De stad heeft hiermee een 14 km lange stadsmuur in de vorm van een vijf puntige ster, die nog in zijn geheel in tact is. Doordat het dorp niet veroverd is, heeft het zijn knusse karakter behouden en vind je nog veel oude huizen en winkels. In één van de winkelstraatjes is La Martinière te vinden met heerlijke kleurrijke lekkernijen, zoals (ijs)macarons en desserts. En ook daar gaven we ons gewonnen en moesten daarvoor de portemonee weer trekken. 

La Rochelle
La Rochelle

Het (schier)eiland ligt vlak voor de kust van La Rochelle. Sinds 1988 is het eiland via een 3 km lange tolbrug verbonden met het vaste land. Wij besluiten de stad op het vaste land voor een dag te bezoeken. De moeite waard, zo blijkt! Het reuzenrad in het havenkwartier trekt gelijk de aandacht van de meiden en ze willen hier samen in om een TikTok filmpje te maken. Ik kon mijn hart ophalen in Tag Urbain le Gabut. Een pop up plek met foodtrucks, bars, graffiti en een heerlijk uitzicht. Daarna maken we een wandeling door de oude stad, koop ik een toffe nieuwe bril (en opnieuw een schaammoment voor hun moeder) en lopen door het uitgestrekte park Charruyer weer terug. 

De volgende dag pakken we de fiets. Het eiland met 10 dorpjes heeft een lengte van ongeveer 30 kilometer en is ongeveer 5 kilometer breed. Vanuit La Flotte fietsen we richting de tolbrug in Rivedoux-Plage, waar we langs de ruïne abdij Notre-Dame-de-Ré (Les Châteliers) komen en koers maken richting Sainte-Marie de Ré. Daar vinden we een prachtige baai waar we besluiten onze zelfgemaakte lunch op te eten. Omdat het prachtig weer is moeten er uiteraard ook bikini foto's gemaakt worden. Het verschil met de oceaan ten opzichte van de Middellandse zee voel je als je in het water staat. Ik voel nog de grote keien over mijn voeten glijden, terwijl ik Chloë op mijn camerascherm weg zie rennen. Teveel focus...au. 

 

Op de terugrit fietsen we door de pittoreske straatjes met witte huizen en oranje daken, die wat on-Frans aandoen. De huisjes kregen hun witte kleur door de kalk die de stenen moest beschermen tegen de vochtige, zilte lucht van de oceaan. De groene luiken zijn weer te danken aan de restjes verf die overbleven na het schilderen van de vissersboten. Die traditie is gebleven. En dat geldt ook voor de lage deuren die veel huisjes hebben: deze dienden ter bescherming tegen de wind. Wanneer er op Île de Ré wordt gebouwd, houdt Unesco een oogje in het zeil: alleen de verfkleuren grijs of groen mogen worden gebruikt.

's Avonds besluit ik de zonsondergang tegemoet te fietsen. Op de boulevard stap ik af en kijk uit over de oceaan, terwijl ik de golven tegen de rotsen aan hoor klotsen. De opmerking over de maskers heeft me aan het denken gezet. Ik moet terug denken aan jaren geleden toen ik bij een theatergroep zat. Ik speelde een stotteraar en weet nog hoe ik een mop over een kikker vertelde, die eeuwenlang duurde. Toen al gebruikte ik humor als masker. De docent vertelde me een keer tijdens een repetitie, waar de hele groep bij zat, dat ze me niet voelde en dat als ik echt wilde overkomen, ik mijn masker af moest zetten. Ik snapte destijds niet waar ze het over had. Nu weet ik dat een destijds de vestingmuur van Saint Martin en Ré om me heen had gebouwd. Het was een houding die me beschermde tegen het gevoel niet goed genoeg te zijn. Door tegenslagen, die maakten dat ik mezelf steeds beter heb leren kennen, is deze muur langzamerhand afgebrokkeld en durf ik mijn kwetsbaarheid steeds vaker te laten zien. En heb ik de moed om dingen te doen die buiten mijn comfortzone liggen, zonder dat dit goed of perfect MOET zijn. Shit happens. En juist de momenten die verre van perfect zijn, misschien zelf zwaar of angstig, geven me uiteindelijk de meest waardevolle feedback. Ik houd van die imperfecte zelf, die fouten maakt, leert en groeit. Die graag eerlijk handelt en behandeld wordt, zonder iemand voor de gek te houden. Behalve als het lollig is ;-)

Na een week op het eiland nemen we met weemoed afscheid. Er hangt iets magisch, maar vooral het authentieke karakter spreekt me aan. De eenvoud van het leven van de eilandbewoners is rustgevend; zout winnen, wijn verbouwen of vissen, maar bovenal lekker eten. De zee die overal opduikt en op elke plek van het eiland weer een andere vorm aanneemt is voor mijn creatief brein om gek van te worden. En dan blijkt eenzelfde plek ook nog meerdere gezichten te hebben door het wisselende licht (van de zon), de wolken of de invallende avond. Deze expeditie was er weer eentje om als te gekke herinnering in mijn rugtas te stoppen. Dit is het gevoel wat ik anderen ook zo graag wil meegeven in de Hoe Vedder expedities: tijd voor jezelf, geen besef van tijd en ontdekken waar je hart van overloopt. Pas dan kun je de keuzes maken, die je echt waar wilt maken, maar vooral om te genieten van het moment zelf. 

 
Vier je vrijheid!

Lidia

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Helen (zondag, 05 mei 2019 22:29)

    Mooi verhaal. Ik heb zo de kans gekregen om even met jullie mee te reizen. Dankjewel.
    Ook de foto's zijn prachtig.
    Liefs.