· 

'Onderduiken' in het kleine paradijs


 Ik had al een ticket naar 'het paradijs' geboekt toen de tweede lockdown van dit jaar werd afgekondigd op dinsdag 13 oktober. Na de persconferentie nam ik de nieuwe regels in me op en tegelijkertijd speelde zich een fantasie af in mijn hoofd. In dit sprookje was geen plek voor nieuws dat gedomineerd wordt door virologen, activisten, complotdenkers en speculeerders. Mijn verhaal bestond uit simpel geluk; de zon die opkomt en ondergaat in een prachtig decor en waar ik als enige in de zaal zit tijdens de grande première. Ik weet dat sprookjes niet bestaan, maar nadat de eigenaar laat weten dat we van harte welkom zijn, besluiten we een paar dagen te ontvluchten aan het echte leven, zonder de regels in de wind te slaan. 

"Is er wel wifi ?", is de eerste vraag die ik van de meiden krijg. Ze nemen geen genoegen met een 'weet ik niet' en vragen waar we eigenlijk naartoe gaan. Ik wijs ze op de website van Het Kleine Paradijs. "Jemig mam, weer op zo'n plek waar niets is?!", is hun eerste reactie, waarna ik ze vertel dat ze wel hun eigen huisje hebben. "Hoe leuk is dat!", roep ik. Ik zie dat mijn enthousiasme niet wordt gedeeld, maar schenk er geen aandacht aan. Als we door Friesland rijden hoor ik ze nog een keer op de achterbank tegen elkaar zeggen dat ze hier echt niet zouden willen wonen. Aan het einde van een doodlopende weg op het Friese platteland worden op gepaste afstand onthaald door de nieuwe eigenaren die er nog maar net drie weken geleden zijn neergestreken. Op het terrein lopen we langs de boomhutten, de rode kapel, boomgaard, moestuin en de toekomstige groepsaccommodatie, waar de eigenaren nog druk aan het klussen zijn. Wij verblijven in de Schrijvershut en het Heilige Huisje. "Jezus!", hoor ik iemand roepen in de hut. Het was een observatie die klopte; overal stonden en hingen beelden van Jezus en Maria. Het Heilige huisje was niet groot en vrij donker, maar er stond een bank, een stapelbed en tafeltje met twee stoelen. Een elektrische kachel zorgde ervoor dat het lekker warm was. We konden zelfs nog een houtkachel aandoen als het niet warm genoeg zou zijn. We besloten eerst de fluitketel te vullen met water en op het tweepits fornuis te zetten voor een kopje oploskoffie. De fles wijn die op tafel staat om ons welkom te heten, bewaren we voor de avond.

 



Na de koffie kan ik niet wachten om met mijn camera in de hand het Kleine Paradijs te verkennen. Het is een bijzondere beboste plek te midden van de weilanden met rondom water. En in dat water ligt een ark waarin ook overnacht kan worden. Als ik op de houten stoel zit,  welke op het drijvend vlot staat, komt er een kanoër langs. Ik fantaseer over de plek waar Rich en ik samen  een nieuw avontuur gaan beginnen. Daar staan ook (fruit)bomen én kun je de horizon zien. Op het landgoed staat ons eigen duurzame huisje met groentetuin en kas, een mooie ruimte om groepen te ontvangen c.q. creatieve ruimte en in de verte is een uniek overnachtingsverblijf voor gasten. Na het verbouwen van onze honderd jaar oude woning, de camper en caravan weten we precies wat we aan elkaar hebben. Ik heb de creatieve plannen, Richard de technische skills en samen klussen we er graag op los. Mijn dagdroom vervaagd als ik Noa in de verte hoor aankomen. "Ik ga appels en peren plukken", roept ze me toe. Even later zit ze op de nek van papa en schud aan de verschillende bomen om de mooiste peren uit de boom te laten vallen. Het fruit wat al op de grond ligt is aangevreten of beschadigd en komt daarom niet bij Noa door de keuring. Als we die avond naar Easterein lopen tovert ze een klein appeltje uit haar jaszak. "Zal 'ie lekker smaken?", vraagt ze. Na één hap zie ik het al aan haar zure gezicht. Ik eet hem wel op zegt ze, want anders vind ik het zonde. Grappig hoe dit werkt; omdat ze zelf appels mocht plukken en meenemen uit de tuin van een ander, kijkt ze anders naar een appel, dan wanneer ze er eentje van de fruitschaal haalt. Die had namelijk allang in de prullenbak gelegen...

 

De appels en peren liggen lekker koel achter in de auto, terwijl wij nog een bakje koffie drinken in de zonnige boomgaard. We verlekkeren ons met de ideeën wat we thuis zouden kunnen maken van het geplukte fruit. Totdat onze maag niet langer voor de gek gehouden wil worden en we ons opmaken voor een wandeling naar restaurant Bergsma in het naast gelegen dorp. Het is de laatste avond dat de horeca open is. Woensdagavond om 22.00 uur moet de horeca voor minstens vier weken zijn deuren sluiten. Ik vind het verschrikkelijk voor alle ondernemers, die zo hun best hebben gedaan om met de maatregelen er het beste van te maken. En bij Bergsma zijn ze blij dat wij nog een hapje bij hun willen eten. Het is alsof we zijn teruggelopen in de tijd. Het donkerbruine meubilair en de verzameling kruiken, blikken en klokken doen denken aan grootmoederstijd. Ze vragen ons of we het verrassingsmenu willen, zodat ze zoveel mogelijk verse producten kunnen opmaken. Het voelt als het laatste avondmaal, helemaal door de filmische setting. We beseffen ons dat het een gekke tijd is, maar besluiten ook daar weer het beste van te maken. Het eten is een hoogstandje. We heffen het glas en proosten op onze gezondheid...en onze dromen!


 

Als we 's avonds door donkere het weiland terug lopen flonkeren de sterren aan de hemel. Heel even denk ik aan mijn opa en oma. Gelukkig hoeven zij deze tijd niet mee te maken. Zij zijn in een ander paradijs. Ons kleine paradijs doemt zich ook al op in de verte. Er hangen overal lampjes op het terrein, wat al een beetje kerstachtig aandoet. Na een potje pesten duiken we allemaal ons stapelbed in om nog wat te lezen. Ik ontdek dat onze hut vol zit met spinnenwebben en vermoed dat er dus ook genoeg 'gezelschap' is in de nacht. Na mijn vorige avontuur op 't Hogeland in een B&B vol prikkebeesten, zat de deet dit keer weer in de standaarduitrusting. En die bleek hard nodig. Nadat ik me in het stapelbed had gewurmd, zette het orkest de muziek in: 'zoem, zoem, zoem'. Ik plugde mijn oordoppen in en hoopte dat ik niet naar de wc moest vannacht. Het vak 'gym met toestellen' was  vroeger al niet aan mij besteed. Tijdens de uitvoering waarbij alle ouders trots in de zaal aanwezig waren, sprong ik vanaf de trampoline tegen de kast aan in plaats van erover heen. Ook was ik al eens uit de ringen gevallen. Ik zag mezelf dus al midden in de nacht met een bloedneus op de grond liggen...


De goden in het heilige huisje waren mij goed gezind of het was gewoon toeval; ik hoefde beide dagen niet eerder mijn stapelbed uit dan acht uur de volgende ochtend. En beide keren stond er een gezellig ontbijt op ons te wachten in de recreatieruimte. Het is fijn om samen dit soort tripjes en dus mooie herinneringen te mogen maken. Ook de meiden spreken hun waardering uit tijdens het laatste ontbijt en vertellen het super naar hun zin te hebben. Ik had het gezien; ze hadden lol samen in plaatst van commentaar op elkaar te leveren vanuit hun eigen bubbel. Ik duik nog even de wei in na het eten. De zon probeert door het laaghangend wolkendek heen te schijnen. Het is een prachtig gezicht en ik maak er een foto van op de brug. Dit is voor mij ultiem geluk. Ik kom er steeds meer achter niet veel nodig te hebben, alhoewel ik me er gruwelijk van bewust ben dat het me aan niets ontbreekt. Met mijn gave om eindeloos te kunnen fantaseren heb ik altijd de mogelijkheid om voor even uit de realiteit te stappen, ook als ik niet in het fysieke kleine paradijs ben. Om mijn eigen sprookjes vorm te geven in mijn hoofd, op papier of in beeld. Het is juist in deze tijd vol ellende een verademing om je af en toe onder te dompelen in 'je eigen paradijs' en je voor even te onttrekken aan de waan van de dag. Dit kun je doen door op avontuur te gaan in de natuur, te verdwalen in een goed boek of film, je hart te verliezen aan mooie muziek of seks te hebben op een plek waar je het nog nooit eerder hebt gedaan (nog meer tips nodig?, mail me dan ;-). Ik loop terug om de spullen in te pakken en afscheid te nemen. Na een gezinsfoto op grote hoogte in de boomhut rijden we slingerend door het landschap Friesland uit. Als we 's avonds thuis zijn zien we op het journaal dat de besmettingen snel oplopen, een Franse geschiedenisleraar onthoofd is en onze koning en koningin teruggefloten zijn van hun vakantieadres. Ik voel in mijn hoofd alweer een nieuwe "Er was eens..." opkomen.

 

Take care,

Lidia