· 

Expeditie Pieterpad | etappe 4

'Moet ik nog mee om je aan te melden?', vraagt Richard, als hij me op de Brink in Zuidlaren afzet. Ik kijk hem vragend aan en zeg dan: 'koekoek, ik hoef me niet aan te melden om het Pieterpad te lopen hoor'. Ik pak mijn rugtas uit de auto en doe mijn navigatie aan. 'Ik laat wel weten als ik in Rolde ben, oké?', zeg ik terwijl ik de autodeur wil dichtgooien. Ik verneem dat de auto al begint te rijden en zie dat het raampje open gaat; 'Doe ze de groeten in het gesticht, ik hoop dat ze je weer laten gaan!'. Ik houd van die man en zwaai hem lachend na.

Het eerste stuk loop ik door Dennenoord, genoemd naar het dennenbos waar men in 1895 het gesticht van de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland opende. Het was destijds een klein dorp met verschillende brinkjes en veel groen, met eigen voorzieningen zoals een kerk en watertoren, theater, restaurant en sportzaal. Maar wel een tuin met een hek erom en een toegangspoort! Later werd er tegenover Dennenoord het Noorder Sanatorium geopend. Hier konden mensen zich vrijwillig laten opnemen. Na de oorlog werd je niet meer als krankzinnig of gek verklaard, maar zag men het als een psychische ziekte, waar nieuwe behandelingen en medicatie voor kwamen. In Dennenoord worden nu nog steeds psychiatrische patiënten verzorgd en behandeld. 

 

Overal in de tuin kom ik gedichten tegen, waaronder 'Hulp'. Het brein fascineert me, het kan voor je of tegen je werken. Het is inderdaad de kunst om de amygdala glanzend te houden, door het steeds weer op te poetsen. Het één staat niet los van het ander. We leven in een rumoerige tijd, waarin we constant op zoek zijn naar geluk, maar tegelijkertijd ook steeds afgeleid raken. Daarbij wint het korte termijn genot het vaak van de keuzes die op langere termijn misschien beter zijn. Onbewust spelen er zich allerlei processen af in ons lichaam. Zo hebben voeding, ademhaling, beweging, stress en ontspanning invloed op je hormonen, die op hun beurt weer verantwoordelijk zijn voor hoe je je voelt, wat je denkt en hoe je je gedraagt. 


Vanuit het dennenbos loop ik richting Schipborg. Op camping de Vledders zie ik nog best veel caravans staan. Zullen deze mensen nu nog kamperen half oktober? Door de coronacrisis is het seizoen later op gang gekomen, maar hunkeren steeds meer mensen naar het buitenleven. Campings zullen hier vast op in spelen. Ik heb ook nog overwogen op onze caravan op een wintercamping neer te zetten, zodat ik het hele jaar dichtbij de natuur ben. Het werd me afgeraden, omdat vochtschade je huis op wielen flink kan aantasten. Na de make over van afgelopen voorjaar vond ik dat een beetje zonde.

 

Ik merk dat de koffie en thee 'eruit' wil, maar er lopen teveel mensen om me heen om mijn broek te laten zakken. En dus loop ik met samengeknepen spieren door, totdat ik De Drentse AA zie opdoemen. Na het desinfecteren van mijn handen en noteren van mijn gegevens loop ik direct door naar het toilet. Daarna bestel ik een heerlijk kopje koffie, bekijk nog even de buienradar en zet dan weer koers richting de heide. 

Onderweg kom ik een boomhut tegen. Misschien wel gemaakt door kinderen, met hulp van hun ouders. Dit heb ik helaas nooit met de meiden kunnen doen. Te weinig ruimte. Ze bouwden zelf hutten, zelfs hele steden...op hun telefoon. En nog steeds is het online leven voor hun interessanter dan de paddenstoelen in het bos. Ik stond trouwens zelf als kind ook niet te popelen om met mijn ouders op zondagmiddag door het bos te lopen. Saai, ik had wel iets beters te doen! Ik hoop dat de meiden later, net als ik, de natuur ook meer weten te waarderen. En dat de vakanties met de caravan, het klimmen in de vele boomklimparken, het roetsjen tussen bergen, het lopen in de modder en het zaaien van moesplanten in de achtertuin genoeg indruk heeft achtergelaten. Net zoals bij mij de logeerpartijen bij mijn opa en oma van invloed zijn geweest. Ze woonden in het paradijs en ik kon daar tenten bouwen, over sloten springen, in bomen klimmen en van zand taarten bakken. Ze hadden hun eigen moestuin en dronken karnemelk (met 'kloetjes') van de boer even verderop. Oma ging naar de natuurwinkel en ik kreeg dan zoethout als traktatie, maar zeurde bij de Aldi om een zak met snoep. Ik weet nog hoe ze altijd de etiketten op E-nummers controleerde, hoe stom ik dat toen vond en het nu zelf ook doe. Ik weet nog dat er niets werd weggegooid, totdat het echt kapot was en niet meer gemaakt kon worden. Tot ergernis van de nazaten, die opgroeiden in een consumptiemaatschappij, waarin alles vervangbaar is...


Als ik over de heide loop breekt de zon eventjes door. Het is bewolkte dag en ik heb de poncho mee, omdat ik nattigheid verwacht. De reflectie in de plassen water, van de vele regen die al is gevallen, zorgt voor mooie spiegelbeelden. Als ik net een hap van mijn broodje heb genomen zie ik in de verte een kudde koeien. Het hele jaar door worden de Gasterse Duinen begraasd door heideschapen en een stuk of wat Schotse hooglanders. Een mooi systeem die de duinen met heide behoudt: de schapen zijn de fijnproevers en (heide)koeien vullen dat aan doordat ze veel breder grazen. Ze eten bijvoorbeeld graag pijpenstrootje, pitrus en grove den; planten die op de heide minder gewenst zijn. Daarnaast hebben ze ieder hun eigen graaspatroon. Schapen vreten topjes (van boven naar beneden) en koeien plukken een plek kaal als ze de kans krijgen. Mijn broodje gooi ik weer in de tas en besluit de beesten te fotograferen. 


Als ik opnieuw druppels voel besluit ik mijn tocht te vervolgen. Ik doe mijn poncho alvast aan en besluit de pas erin te houden. Het is zeker nog zo'n 10 kilometer voordat ik bij de kerk van Rolde ben en het weer belooft niet veel goeds. Zodra ik het Balloërveld op stap begint het flink te regenen. Ook dit moet ik een keer meemaken, bedenk ik me. Het is een zware tocht door het natte mulle zand. In de verte zie ik de schaapskudde. Wat anders ziet de vlakte er nu uit in vergelijking met een paar weken geleden toen ik hier een mountainbikeroute reed. Toen scheen de zon op paarse heide en waren er veel mensen op de been, nu lijk ik de enige op de prairie. Gelukkig blijven mijn voeten en lichaam warm. Ondanks dat de schoenen en mijn jas (ondanks de poncho) behoorlijk vochtig zijn aan de buitenkant, is alles van binnen droog. Inmiddels moet ik de route op mijn Garmin bekijken van onder de poncho, omdat het apparaat anders te nat wordt. Ik geniet er eigenlijk wel van. Ik liet me vaak weerhouden door het weer, terwijl negen van de tien keer de voorspelling niet strookt met de werkelijkheid. Vandaag wel, maar ook dat is dus helemaal niet erg. Midden op het veld gooi ik mijn armen in de lucht en roep 'Joehoe!', als in Jihaa. Niemand die me hoort, helemaal alleen in de regen en ik voelde me waanzinnig gelukkig! 

Als ik de kerktoren in de verte zie besluit ik Richard te appen en duik daarvoor weer onder mijn poncho. Hij is onderweg en ik verheug me al op een kop warme thee thuis bij de kachel. Het is een euforisch gevoel dat je ervaart na zo'n tocht. Door het buiten zijn, het landschap dat traag verandert en de zintuigen die in direct contact staan met de omgeving, beleef je alles heel intens. Te voet is de wereld heel anders dan met de auto, bus of trein. Er lijkt nog zoveel onontdekt en ongerept. Een avontuur waarvan je niet weet welke verhalen er op je pad komen. De ontdekkingen en lichamelijke inspanning geven extra energie. Lekker moe en voldaan gooi ik mijn natte poncho achterin de auto. De dadelbonbons, die ik in het dorp langs de weg tegenkwam, leg ik op de achterbank. Die zijn voor straks bij de thee. 'Hebben ze je laten lopen?', vraagt Richard lachend, als ik instap. 'Mijn amygdala glanst teveel', roep ik, 'Pessimisten wandelen altijd in een regenjas; optimisten worden nat'. Hij keek me aan alsof ik nu echt gek geworden was. 'Op naar etappe 5', fluister ik mezelf toe. 

 

Stop and smell the roses,

Lidia